header

Pagina overzicht

 

De teksten bij de ceremonie van 5 mei 2019   

Teksten:  Leven vanuit Innerlijke Vrede

Het Universeel Soefisme heeft respect voor ieders religieuze overtuiging,
daarom lezen wij uit mystieke geschriften teksten, die ons inzicht kunnen geven:

 

In een Hindoeïstisch geschrift lezen wij:

De ziel kent geboorte noch dood. En eenmaal zijnde, houdt ze nimmer op te zijn.

Alleen hij die zich niet laat verwarren door de ononderbroken stroom van begeerten alleen hij kan vrede vinden, en degeen die zulke begeerten tracht te bevredigen niet.

 

In een Boeddhistisch geschrift lezen wij:

Geef het verlangen naar het verleden op, geef het verlangen naar de toekomst op, geef het verlangen naar het heden op. Ik heb alles overwonnen, ik heb kennis van alles; in alle omstandigheden ben ik onthecht; ik heb van alles afstand gedaan, en door het vernietigen van de dorst naar het leven ben ik vrij geworden.

 

In een geschrift van Zarathustra lezen wij:

Daar Gij voor ons in het begin, O Wijze, door Uw denken schepselen, geloof en bedoelingen vormde, daar Gij lichaam en levensadem schiep, alsook daden en leringen, opdat de wil zijn voorkeuren kan kenbaar maken.

Daarom verheft men zijn stem, overeenkomstig zowel zijn hart als denken, vals sprekend of eerlijk sprekend, met kennis of zonder kennis. Te bestemder tijd zal de liefde het eens worden met de geest waarin verzet is.

 

In een Joods geschrift lezen wij:

Abel werd schaapherder en Kaïn landbouwer. Na verloop van tijd bracht Kaïn een offer aan Jahwe van de vruchten van de grond. Ook Abel bracht een offer: de eerstgeborenen van zijn beste schapen. Jahwe zag genadig neer op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg hij geen acht. Een wilde woede greep Kaïn aan en zijn gezicht werd grimmig. Nu zei Jahwe tot Kaïn: ‘Waarom zijt gij woedend en is uw gezicht zo grimmig? Als gij het goede doet, is er opgewektheid; maar doet gij het goede niet, dan loert het kwaad als een belager aan de deur, begerig u te grijpen. Zult gij hem meester kunnen blijven?’

 

In een christelijke geschrift lezen wij:

Toen vertelde Jezus een verhaal. Hij zei: ‘Een man reisde van Jeruzalem naar Jericho. Maar onderweg werd hij door rovers overvallen. Ze pakten alles van hem af, ook zijn kleren. Ze sloegen hem halfdood, en lieten hem liggen. Toevallig kwam er een priester langs. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen er even later een hulppriester langskwam, gebeurde hetzelfde. Hij zag de man wel liggen, maar hij liep hem voorbij aan de overkant van de weg. Toen kwam er een vreemdeling langs, een Samaritaan. Hij zag de man liggen en kreeg medelijden. Daarom ging hij naar hem toe. Hij verzorgde de wonden van de man met olie en wijn. En hij deed er verband om.

 

In een geschrift van de Islam lezen wij:
Allah is het, die u tot stedehouders op aarde heeft gemaakt. Hij die niet gelooft, zijn ongeloof zal tegen hem zijn.

Dit betekent, dat indien een mens uit zijn vrije wil afstand doet van de plaats, die God hem heeft toegewezen, hij daardoor op geen enkele wijze God kwetst; alleen verdrijft hij zichzelf van een ereplaats en zal er zelf de gevolgen van moeten ondervinden. Deze woorden geven te kennen, dat de mens geschapen is om in zijn eigen leven de eigenschappen van God te weerspiegelen.

 

In de Gayan, Vadan, Nirtan lezen wij:

Sticht, vredestichter,
Vóór je vrede in de wereld poogt te stichten,
Eerst vrede in jezelf.
Wanneer er eenmaal vrede gesloten is in ons innerlijk,
Zal men voldoende kracht en macht gewonnen hebben
voor de levensstrijd, zowel innerlijk als uiterlijk.

Mijn ziel is op zoek naar U, dwars door de duistere nacht.
Nu Uw glimlach een nieuw licht in mijn hart heeft ontstoken,
Zie ik overal zonneschijn.