header

voorblad SG

Soefi Gedachte
september 2018

 

Download Soefi Gedachte sept 2018

Hier alvast een voorproefje:

Het cadeau van de bloem

Elias Amidon


“Zie je die bloem?” vroeg mijn vriend Quays eens aan me, terwijl hij wees naar een gedroogde narcis die in een leeg glas op z’n keukentafel stond. “Er hoort een verhaal bij. Wil je dat horen?”


“Ja hoor”, gaf ik hem nieuwsgierig ten antwoord. Quays was een zonderling kereltje dat in een oude woonboot woonde, aangemeerd aan de kade van een kanaal in een industriegebied van Amsterdam. Zijn boot lag vol met allerlei zwerfafval, kapotte klokken, zeeschelpen en potplanten die lukraak over het hele dek heengroeiden.


“Nou dan”, zei hij, “Drie weken geleden liep ik naar huis. ik was bij mijn vriendin geweest. Het was ongeveer twee à drie uur ‘s nachts. Zij had me de narcis gegeven en ik voelde me heel gelukkig. Ik neuriede een wijsje en hield de bloem voor me uit, alsof ik die toezong. Toen kwamen er twee kerels tevoorschijn uit de bosjes voor me. Ze zagen er ruw en onvriendelijk uit. Eén van de twee zei: “Hé maatje”. En ik stond stil. Ze gingen aan weerskanten van me staan, en dezelfde kerel zei: “Oke, geen probleem. Geef ons je geld en dan kan je gewoon weer verder”. Quays keek ze beurtelings aan.


“Word ik nu beroofd?” vroeg hij, “Ik ben nog nooit beroofd! Dat is leuk, te gek! Ik wilde altijd al eens beroofd worden! Ik heb wel wat geld, niet zo veel, maar laat me eens kijken” Quays haalde wat verkreukelde biljetten uit z’n zak en gaf ze aan de knul. “Wacht eens even”, zei Quays, “Misschien heb ik nog wel meer”. Hij zocht in de zakken van z’n jas en haalde nog een biljet en wat kleingeld te voorschijn en stopte het geld in de hand van de man. “Je mag al m’n geld hebben”, zie Quays. “Jullie hebben het harder nodig dan ik. Maar één ding, ik vraag jullie één ding: Pak m’n bloem niet af”. Quays liet ze de bloem zien. “Verder mag je alles hebben. Sterker nog, als jullie met me mee naar huis gaan dan heb ik daar nog wel wat geld. Dat mag je ook hebben. Ik woon hier niet ver vandaan. Kom maar mee.” Quays begon te lopen, terwijl hij z’n bloem voor zich uit hield en de twee straatrovers hem probeerden bij te houden.

Terwijl ze liepen bleef Quays maar praten. Hij zei dat ze al het geld dat hij thuis had, mochten hebben, het was niet heel veel, maar hij wist dat hij nog wel wat had. En hij ging ook koffie voor ze zetten. “Houden jullie van koffie? Ik heb echt lekkere koffie en ik heb ook wat eigengebakken taartjes. Neem wat je wilt. Maar niet m’n bloem. Quays bleef maar doorpraten over alle dingen die hij ze zou geven – alles behalve dat ene: de narcis. Maar niet m’n bloem.

Ten slotte onderbrak een van de rovers hem. “Heel mooi, maatje” zei hij “geef me die bloem nou maar”. “Oh nee!” zei Quays “niet de bloem! Die heeft m’n vriendin me gegeven. Die is heel belangrijk voor me” . Maar de kerel hield vol: “Geef hier”, terwijl hij de bloem probeerde te pakken. Quays week achteruit. Maar vervolgens zei hij: “Nou goed dan. Je mag haar wel vasthouden, maar niet houden. Alleen maar tot we thuis zijn. Maar wel voorzichtig”. Hij overhandigde de bloem met veel zorg aan de straatrover.


“Nou daar liepen we dus” zei Quays tegen me. “Kan je je het voorstellen? Lopend met z’n drieën terwijl die stoere vent heel voorzichting de bloem voor zich hield?” Zo kwamen ze bij de woonboot van Quays. Hij liet hen de boot zien, haalde zijn geld tevoorschijn en maakte er een stapeltje van op de keukentafel. De narcis stond in een glas water naast het geld. Hij gaf de twee jongens koffie en taartjes en wat hij nog meer aan lekkers kon vinden. Ze praatten. En de tijd ging voorbij.


Toen stopte één van de rovers – de man die het geld van Quays had gepakt op straat – z’n hand in zijn zak en haalde het geld tevoorschijn. “Hier is je geld weer” zei hij, “we willen het niet hebben”. Quays protesteerde, maar de straatrovers waren
onvermurwbaar. “Hou je stomme geld en hou je waffel. Hou het zelf.” Quays eindigde z’n verhaal met: “Daarna gingen ze weg. We gaven elkaar zelfs een hand.


Ze lieten het geld achter. Ik zei zelfs dat ze de bloem mochten meenemen, maar ze zeiden dat ik die moest houden.” Dit verhaal toont hoe innerlijke werk ons kan helpen om met meer wijsheid en compassie te reageren op de steeds heftiger stormen van wereldwijde crises (klimaatverandering, uitsterven van diersoorten, verlies van grond, verzuring van oceanen, waterschaarste, onrechtvaardigheid en massa migratie om eens wat te noemen). Deze bedreigingen komen op ons af – net zoals de straatrovers uit de bosjes kwamen om Quays te belagen. De analogie klopt natuurlijk niet helemaal. We zullen de enorme tsunami aan problemen niet kunnen oplossen door alleen maar onbevreesd en vriendelijk te zijn, zoals Quays – hoewel het zeker zal helpen.


Quays reactie op de straatrovers was de ultieme aikido handeling – hij nodigde ze bij hem thuis uit, he maakte ze niet tot “ander”. Ze konden zijn geld gewoon niet aannemen, omdat ze behandeld waren als familie. Hij was onbevreesd in zijn kwetsbaarheid – spontaan, open, vriendelijk en niet bang. Maar zijn reactie toont ons nog iets fundamentelers. Quays hield vast aan de bloem en liet merken dat hij de schoonheid ervan kostbaarder vond dan geld. Zijn trouw aan die schoonheid veranderde de hele situatie. “Dit is belangrijk!” bleef hij zeggen, “Dit moeten we beschermen!”


Wat is die schoonheid waar we trouw aan zijn? Wat is de bloem die we moeten beschermen?
Welke loyaliteit zal ons leiden door de zware tijden die voor ons liggen?

 

Dit is een vertaling van ‘The gift of the flower’ uit ‘Notes from the open path’, de nieuwsbrief van Sufi way, oktober 2015.