header

 

 Het wissen van het ego

 

"Er is geen enkele twijfel dat de mens 
door het lijden van pijn
tot een ruim bewustzijn komt.
Maar pijn hoeft niet het enige middel te zijn.
Het is de bereidheid van de mens
om zijn zelfbewustzijn en persoonlijkheid uit te wissen
die de sluier, die de goddelijke geest verbergt, omhoog trekt."

Hazrat Inayat Khan

 

Het verhaal van de koning van Balkh is een mooi soefiverhaal dat dit verduidelijkt.
Het komt uit de "Toespraken voor mureeds". Meer toespraken, klik hier

 

 

Het verhaal van de koning van Balkh

 

Een zekere koning ging naar een Murshid met het verlangen van hem te leren. Hij zei: “wilt u mij aannemen als een van uw leerlingen, ik zou zo graag tot uw nederige dienaren gerekend worden in plaats van langer op de troon te blijven.” De Murshid stemde toe hem op proef te nemen, zeggende: “Goed, je eerste taak zal zijn het afval van het huis te verzamelen en te brengen naar een bepaalde plaats buiten de stad.” Ieder van de leerlingen wist dat hij een koning was, die vrijwillig afstand van de troon had gedaan; hij was niet verbannen, hij moest niet om de een of andere reden de troon verlaten, hij deed dit uit eigen beweging.

murshid spreekt met mureed in bos

Zij hadden sympathie voor hem, daar hij op deze wijze beproefd werd, en na verloop van tijd zeiden zij allen tegen de Murshid: “Ach, vraag deze taak niet langer van hem, hij heeft het al zo lang gedaan.” Maar het antwoord was: “Hij is nog niet klaar voor de inwijding.” Tot één van de leerlingen, die doorging over de zaak te argumenteren, zei hij: “Wel, u mag hem op de proef stellen op welke wijze het u goed dunkt.”

Toen de koning een mand met afval meenam, kwam een van de leerlingen van opzij en gaf hem een duw, zodat de inhoud op de grond viel. De koning keek hem aan en zei: “Als ik nog koning geweest was, zou ik u behandelen zoals een koning dat zou doen, maar nu ik dat niet meer ben, mag ik mijn woede niet tonen.” Dit zeggende verzamelde hij alle afval, deed het weer in de mand en nam het mee. Toen hiervan verslag werd uitgebracht bij de Murshid, zei deze: “Zei ik u niet dat hij nog niet klaar is?” Niettemin ging één van de leerlingen opnieuw naar de leraar en vroeg hem genadig te zijn en hem een andere taak te geven. Maar hij antwoordde: “Beproef hem opnieuw.”

Aldus moest de koning nog eens door dezelfde ervaring heengaan. Ditmaal zei de koning geen woord, alleen keek hij een ogenblik de ander aan, opnieuw verzamelde hij het afval, deed het in de mand en ging door met zijn werk. Toen ook hiervan verslag werd uitgebracht bij de Murshid, sprak deze opnieuw: “niet klaar, niet klaar.” Toen werd hetzelfde voor de derde keer gedaan. Deze keer zweeg de koning niet alleen, maar raapte het afval op zonder zelfs ook maar te kijken naar diegene die het deed. Toen de Murshid dit hoorde, zei hij: “Nu is hij klaar, nu is de tijd gekomen.”

Soms komen de methoden om het ego te vernietigen ons hard voor en toch is dit de essentie van de godsdienst geweest door de eeuwen heen. Jezus Christus zei: “Zalig zijn de zachtmoedigen, zalig zijn de armen van geest.”

Wat ik zojuist vertelde, toont aan wat het betekent arm van geest te zijn. Iemand, die rijk van geest is, die een sterk ego heeft, zou tegen iedereen, die ongevraagd zelfs maar naar hem zou kijken, zeggen: “Hoe durf je zo naar mij te kijken, je zou dat zelfs niet in mijn aanwezigheid mogen doen, hoe durf je het tegenover mij te doen?” Zo iemand is rijk van geest, de anderen zijn arm van geest.

Zo hebben de leraren verschillende manieren gebruikt om het ego te vernietigen. Maar het was niet voor hun eigen bevrediging dat leraren hun leerlingen nederigheid lieten betonen, alsof zij voor zichzelf wilden goedmaken dat zij hetzelfde proces hadden moeten ondergaan voordat zij zelf leraar werden. Nee, dergelijke handelwijzen dragen niet bij tot hun eigen eer of grootheid. Het geven van zulke bevelen betekent niets voor hen. Als ze groot zijn, zijn ze groot zonder dat zoiets gevraagd wordt, zonder dat eerbiediging verondersteld wordt. Als duizend mensen hun eer bewijzen of niet, het betekent niets voor hen. Het schenkt hun geen voldoening of mensen voor hen buigen of zich voor de leraar ter aarde werpen.

Als dat zo is, waarom zullen zij het dan van hun leerlingen verwachten? Het is in het belang van de leerling. Om de scherpte van dat doordringende en stekende ego te verzwakken, dat ieder ander verstoort, zodat het niemand ooit meer zal kunnen kwetsen, dát wordt een grote bereiking.

In ons dagelijks leven kunnen wij zien dat het deze scherpte van ego, van het “Ik,” van het “Mijn” is, die voortdurend kwetst of het in iemand is, die ons na verwant is of niet, of het zoon of dochter, vader of moeder, broer of zuster of een vriend betreft.

Als iets aan hen ons kwetst, dan is het juist dat ego. Als de ene mens de ander kwetst, dan komt dat alleen door het ego van die mens, waar wij ook lijden in deze wereld, het komt door het ego. Soms door het ego van de ander, maar soms komt het ook door ons eigen ego. Men kan het vergelijken met een doorn, die voortdurend prikt en verwondt wie hem aanraakt. Hoe meer ego iemand heeft, hoe meer hij verwondt. De mystieke leraren weten dan ook dat zij dit ego moeten vernederen en daartoe gebruiken zij verschillende methoden.